Drie keer fout
In de aanloop naar de klimaattop in Parijs hebben ruim zestig hoogleraren aan het kabinet en de Tweede Kamer gevraagd alle elf kolencentrales in Nederland te sluiten. Een zinnig voorstel dat veel reacties heeft uitgelokt. Reacties die niet altijd met goede (bedrijfs-) economische argumenten gepaard gaan.
Fout 1: Het is kapitaalvernietiging
Minister van Economische Zaken Henk Kamp meent dat de sluiting leidt tot kapitaalvernietiging. Sommige kolencentrales zijn immers nog maar net in bedrijf. De grote investeringen die daarvoor zijn gedaan moeten dan als verloren worden beschouwd. Bedrijfseconomisch is dit een drogreden. We noemen investeringen en kosten in het verleden ‘sunk costs’. Bij het nemen van beslissingen voor de toekomst zijn dergelijke sunk costs niet relevant. Het moet slechts gaan om toekomstige kasstromen.
Fout 2: Kolen zijn goedkoper dan alternatieve energiebronnen
In de kostprijs van energie van een kolencentrale is een belangrijke component niet meegenomen: natuurlijke hulpbronnen raken op en, nog belangrijker, de toekomstige kosten van klimaatverandering als gevolg van de CO2-uitstoot zijn niet in de energieprijs verdisconteerd. Het eventueel afvangen van CO2 leidt tot een forse verhoging van de kostprijs. Daartegenover staat dat de kosten van alternatieve energiebronnen de afgelopen jaren dramatisch zijn gedaald, waardoor de kostprijs van wind- en zonne-energie lager is dan de kosten van kolencentrales (bron: onderzoeksinstituut Prognos uit Berlijn).
Fout 3: Alternatieve energie kan niet zonder subsidie
Het klinkt zo mooi: windmolens draaien alleen maar op subsidie. Ook dit is economisch gezien onjuist. In mei jl. rapporteerde onderzoekers van het Internationale Monetaire Fonds nog dat wij wereldwijd $ 5,300.000.000 (!) ‘subsidie’ geven aan fossiele brandstoffen. De Nederlander betaalt volgens berekeningen ongeveer € 340 subsidie per persoon aan fossiele energiebronnen. Voor alternatieve energie minder dan € 10.
Peter Kasteleyn