Het rendement van rendementsdenken
De afgelopen tijd is de term rendementsdenken erg populair. Het is een vies woord voor alles wat staat voor marktwerking, het neoliberale gedachtengoed en het Angelsaksische model.
Toch is de vraag of rendementsdenken nu echt zo erg is. Les 1 Economie leert ons immers dat economie de wetenschap is die zich richt op het kiezen uit schaarse middelen. Dat geldt voor jou als persoon die niet meer kan uitgeven dan je verdient. Als je moet kiezen probeer je immers voor het minste geld het maximale te krijgen. Bijvoorbeeld als je een wasmachine koopt of een reis boekt. Ook Bedrijven en maatschappelijke organisaties hebben beperkte middelen tot hun beschikking. Hier wordt dan ook gekozen voor het maximale rendement van de beschikbare middelen:
- een school die een maximum aantal gediplomeerde leerlingen aflevert voor de arbeidsmarkt tegen de laagste kosten per leerling;
- de huisarts die medicijnen tegen de laagste kosten voorschrijft;
- het museum dat een maximum aantal bezoekers wil krijgen (en daarmee de opbrengst maximeert).
Waar gaat het dan fout met het rendementsdenken? Als het rendement eenzijdig wordt gemeten en opgelegd:
- de school moet ook ambities kunnen hebben voor het hoogste kwaliteitsniveau, met mogelijk minder studenten en dus minder opbrengsten;
- het orkest moet ook een muziekstuk ten gehore brengen dat maar de belangstelling heeft van een kleine groep mensen, met dus een kleinere opbrengst;
- niet alle onderzoeken kunnen ‘gevolariseerd’ worden of zijn geschikt voor een toptijdschrift, maar kunnen maatschappelijk wel degelijk nuttig zijn.
Verder is een probleem met rendementsdenken dat er soms veel werk nodig is om het rendement te bepalen. Het meetsysteem is kostbaar. De arts is administrateur geworden en in het onderwijs moet bijna alles gemeten worden wat er maar gemeten kan worden. Bij een juiste toepassing van rendementsdenken zou blijken dat het rendement van al dit meten negatief is. Dit zou moeten leiden tot minder of eenvoudiger metingen. Maar dat gebeurt niet. Het aantal metingen neemt alleen maar toe.
Ik adviseer bij veel not-for-profit organisaties. Het gaat hierbij per definitie niet alleen om het rendement. Bij bijna iedere organisatie blijkt echter, dat een beter inzicht in baten en lasten leidt tot nieuwe inzichten en andere keuzes. ‘Ik wist niet dat deze activiteit ons zoveel kost’? ‘Als we niet failliet willen gaan moeten wij strakker op de kosten sturen’. Rendementsdenken helpt dus wel degelijk. Als het hogere doel en de kwaliteit waarvoor de organisatie bestaat maar voorop blijft staan! Het gaat niet om alleen om een financieel rendementsdenken, maar ook maatschappelijk rendementsdenken. Het is mooi om de prijs te kennen, maar het is essentieel de waarde van wat we willen bereiken niet uit het oog te verliezen.
Peter Kasteleyn