Mogelijke wijzigingen in de regelgeving accountant

In de Tweede Kamer wordt volop gesproken over de aanscherping van de regelgeving voor accountants (met name overigens bij beursgenoteerde ondernemingen en financiële instellingen). Er zijn diverse schandalen aan het licht gekomen waarbij men vraagtekens hoort te zetten bij de rol die de accountant heeft vervuld, zoals bij: Enron, Ahold, DSB, Rochdale en Vestia. In relatief veel gevallen zijn er accountants die verklaringen bij de jaarrekening hebben afgegeven waar achteraf vraagtekens bij gezet worden. Het is niet helemaal duidelijk welk probleem nu moet worden opgelost met de nieuwe regelgeving:

  • Schort het aan de onafhankelijkheid van de accountant?
  • Hadden accountants ons moeten waarschuwen voor een naderende financiële crisis?
  • Zijn accountants te weinig (professioneel) kritisch?
  • Missen accountants belangrijke fouten in de jaarrekening?

Hoe dan ook. Er worden twee belangrijke voorstellen gedaan. In de eerste plaats moet de accountant regelmatig (extern) gewisseld worden. Dankzij een verplichte wisseling kunnen nieuwe accountants weer met een frisse blik naar de boekhouding kijken en zullen bedrijven en banken kritischer gevolgd worden. Zelf vraag ik mij af of dit werkelijk zal helpen. Een regelmatige wisseling van de accountant leidt er slechts toe dat de accountantscontrole steeds meer gezien zal worden als een ‘commodity’. Dat hoort het juist niet zo te zijn. De accountant is er niet slechts voor de technische afwerking van een checklist. Het gaat om het kritisch meekijken naar de cijfers en de achterliggende (administratieve) systemen en processen.
Daarnaast gaat een verplichte wisseling van de accountant eraan voorbij dat er ook veel wisselingen aan de kant van de klant zijn. Commissarissen, bestuurders, financiële medewerkers vertrekken waardoor relevante financiële kennis verloren gaat en het gevaar van een te innige band tussen accountant en klant beperkt blijft. De accountant kan dan juist een deel van de financiële kennis van de klant borgen. Een stevige evaluatie van de invulling van de rol van de accountant lijkt mij meer op zijn plaats. Als blijkt dat een accountant niet goed functioneert, zal om die reden wisseling aan de orde zijn. Niet alleen vanwege tijdsverloop. Wisselen om het wisselen leidt tot schijnzekerheid.

In de tweede plaats moet er in de regelgeving voor accountants een lijst komen van verboden advieswerkzaamheden bij controleklanten van accountantskantoren. Dit ziet eruit als een zinvol initiatief. Accountantskantoren moeten controleklanten niet zien als afzetkanaal waaraan allerlei diensten worden aangeboden. Diensten die veelal weinig te maken hebben met de controle van de jaarrekening (juridisch, fiscaal, HR, vastgoed, e.d.). Dergelijke diensten worden niet vanuit een onafhankelijke positie verleend. Immers de accountant heeft als gevolg van het gekozen verdienmodel belang bij een zo breed mogelijke verkoop van allerlei diensten. Dat zorgt er voor dat de accountant op zijn minst de schijn tegen heeft.
De accountant kan vanuit zijn rol als controleur diep in de administratieve keuken van de klant meekijken en relevante aanbevelingen doen. Het slechts melden dat iets niet optimaal functioneert is suboptimaal voor de klant en voor de maatschappij. Klanten mogen verwachten dat wordt meegedacht over mogelijke oplossingen. Hierin kan de accountant een belangrijk deel van zijn toegevoegde waarde leveren: vanuit de natuurlijke adviesfunctie. De overige adviesdiensten bij controleklanten zal de accountant aan andere deskundigen moeten overlaten. We mogen aannemen dat de lijst met verboden advieswerkzaamheden wel ruimte blijft bieden voor natuurlijk advies.

Peter Kasteleyn

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *